Dag 17 - 10 juli 2007 - Melbourne naar Phillip Island
Jul 10th, 2007 door Sara
We zijn de dag begonnen met een rit door de buitenwijken van Melbourne om naar de andere kant van de stad te komen zonder over tolwegen (=snelwegen) te gaan. Om de moeilijkheidsgraad wat te verhogen waren er enkele bruggen met een (lage) maximum hoogte, maar wij wisten niet hoe hoog de camper was. Ons was verteld 4.9 meter, maar zelfs een vrachtwagen is niet zo hoog. Na vandaag weten we dat hij in ieder geval lager is dan 3.9 meter.
Roxana’s vader komt uit een buitenwijk/stad van Melbourne, en vanochtend stond in het teken van de zoektocht naar zijn ouderlijk huis. Daarvan wisten we de straatnaam, nummer en wijk, maar de straat was 10 tot 15 kilometer lang. Daarbij kwam dan ook nog dat Australiërs zo slim zijn om de nummering van de huizen na ieder groot kruispunt op nieuw te beginnen. We denken dat we uiteindelijk wel de locatie gevonden hebben, maar als dit zo is dan was het huis gesloopt. Jammer maar helaas.
Hierna zijn we Melbourne uit gereden naar Phillip Island, 140 kilometer verder naar het zuiden. We waren hier goed op tijd, wat goed uit kwam, want op dit eiland wilden we nog wel wat dingen zien.
We hebben eerst ingecheckt op de camping, en snel wat was in een wasmachine gedaan. Daarna zijn we naar het bezoekerscentrum van het eiland gereden. Hier hebben we informatie gekregen over en kaartjes gekocht voor het zien van koala’s en penguins. Ja, penguin’s.
We zijn eerst naar een koala conserveringscentrum gegaan. Daar worden koala’s verzorgd en kunnen bezoekers deze zien door via loop bruggen langs de bomen te lopen. We hebben er een stuk of 8 gezien. Nog veel bijzonderder (omdat koala’s 20 uur per dag slapen), twee koala’s bewogen. Een koala was lekker aan het kauwen op Eucalyptus bladeren, een andere was aan het klimmen en klauteren. Heel mooi om te zien, en toch net een stukje echter dan in de dierentuin (omdat deze koala’s niet werden bijgevoerd of vastgehouden).
Hierna zijn we naar de ‘Nobbies’ gereden, een bezoekerscentrum dat uitkijkt over rotsen waarop duizenden zeehonden liggen te rusten. Helaas waren de zeehonden nog veel te ver weg om te zien, behalve op webcams die bij de rotsen geinstalleerd stonden (en die je in het centrum kon zien). Dit viel dus helaas nog al tegen.
Het volgende bezoekercentrum was waar voor we eigenlijk naar dit eiland zijn gekomen, het centrum van de ‘Little Penguins’ (zo heet de soort echt). Dit zijn de kleinste penguins ter wereld (30-33 cm hoog), en ze wonen op Phillip Island. Nog veel leuker is dat ze steevast, iedere avond weer, rond zonsondergang het strand op komen lopen vanuit de zee om naar hun holletjes te gaan. En omdat het zo betrouwbaar is kan je een kaartje kopen om een uur lang in de kou te zitten turen naar een donkere zee.
Opeens verschijnt er dan een kleine penguin, die het strand duidelijk veel enger vind dan de zee. Hij probeert het, maar rent dan toch weer de zee in, meerdere keren achter elkaar. En dan ineens staan er vijftien penguins om hem heen. Dan proberen ze het allemaal tegelijk, wat nog steeds heel erg eng is. Dus weer terug de zee in. Nee, toch het strand over. Ver voorover gebogen en super snel waggelen ze met zijn allen het strand over de duinen in.
Zo hebben we enkele groepen de duinen in zien gaan. In de duinen was het daarna een gejoel van gewelste van alle penguins die tegen elkaar aan het kwetter waren. Je kon ze ook zien zitten in hun holletjes en huisjes. Het was erg indrukwekkend om te zien. Helaas mochten we geen foto’s maken omdat de penguins daar van zouden schrikken.
Bij terugkomst op de camping hebben we gegeten en de was verder gedaan.